Diep sessie: Hoe vertel je een goed verhaal?

Marcel te Brake – December 2021

Door na te denken over dit onderwerp ben ik al bezig met storytelling. Hoe ga ik deze sessie brengen? Wat wil ik dat blijft hangen? Wat kunnen jullie van mijn verhaal leren? Hoe bouw ik het op en hoe sluit ik het af met de juiste conclusie? Het leuke van een sessie maken en tevens ook het probleem is dat het te veel tijd kost. Je duikt overal weer in. Maar het werkt wel. Ik verwonder mezelf weer. Ik raak geïnspireerd, verdiep me weer in ‘nieuwe’ dingen.

Geschiedenis 

De functie van het vertellen was geschiedenis en informatie overdragen. Er werden ook legenden, sagen, sprookjes en fabels verteld.

Een verhaal kan mondeling worden verteld (voorstelling of voordracht), kan in geschreven, gedrukte of digitale vorm worden verspreid, of in beeld worden uitgedrukt. Een beeldverhaal kan zonder en met begeleidende tekst zijn.

Verhalen zijn zo oud als de mensheid. Wij onderscheiden ons mede van andere levende wezens door het vermogen om verhalen te vertellen. Bovendien is een goed verhaal een effectieve manier om je boodschap te verkondigen. Willem de Ridder (meesterverteller)

Techniek

Aandacht, empathie en connectie

In 2009 ontdekten twee Amerikaanse neuropsychologen dat we twee stofjes aanmaken als we een spannend verhaal zien, horen of lezen over een hoofdpersoon die een ontwikkeling doormaakt: het knuffelhormoon oxytocine en het stresshormoon cortisol, dat ervoor zorgt dat we ons focussen op de veroorzaker van de stress. Blijkbaar luisteren we dus empathisch en gefocust naar zo’n verhaal.

Een effectieve manier om je publiek mee te nemen op reis met een hoofdpersoon, is door het verhaal op te bouwen aan de hand van de drie-actstructuur van Syd Field.

De klassieke indeling van een langspeelfilm is een drie-actstructuur: act 1 voor de setup, act 2 ‘confrontatie’ of ‘ontwikkeling’ draait om het conflict, en act 3 of ‘ontknoping’ gaat over de oplossing van het conflict.

Verhaalstructuur

De Amerikaanse televisieproducent Dan Harmon, heeft de monomythe, van de Amerikaanse literatuurwetenschapper Joseph Campbell als uitgangspunt gebruikt voor een nieuw model: de verhaalcirkel.

1. bevindt zich in een comfortzone.
2. heeft iets nodig.
3. belandt in een ongewone situatie.
4. stelt zich in op de situatie en gaat op zoek naar wat hij nodig heeft.
5. vindt wat hij zoekt.
6. betaalt er een hoge prijs voor.
7. keert terug naar de gewone situatie.
8. is veranderd door wat hij heeft meegemaakt

Personage

Personage: met wie moet je meeleven?

De hoofdpersoon is een belangrijke bouwsteen van een goed verhaal. Uit een hersenonderzoek blijkt dat we geneigd zijn te focussen op de hoofdpersoon. Ook willen we ons identificeren met de hoofdpersoon. Hoe persoonlijker je het verhaal maakt, des te makkelijker je interactie creëert met je publiek.

Hoe creëer je een personage?

Het overtuigendste personage ben je zelf. Je toehoorders kunnen zich identificeren met degene naar wie ze luisteren. Je kunt in plaats daarvan ook vertellen over iemand die je geïnspireerd heeft. Een derde mogelijkheid is een personage bedenken. 

Conflict: waarom vindt het verhaal plaats?

In de hele wereldliteratuur bestaat er slechts één soort plot: het conflict. Zonder conflict, dreigend conflict of pogingen dat conflict onklaar te maken is er geen verhaal. Het zet het verhaal in beweging: de hoofdpersoon heeft iets nodig. Die behoefte geeft een aanleiding om een avontuur te beleven, want hij moet in actie komen om te vinden wat hij nodig heeft. 

Verhaalvorm

Bij het maken van een video/animatie is de eerste stap in het proces een storyboard om het script tot leven te brengen. Een storyboard illustreert de belangrijkste scènes, hoe de setting eruit zal gaan zien, wie er aanwezig zijn en welke acties er plaatsvinden. 

Eén van de beste voorbeelden van een origineel scenario/script is die van de film Groundhog Day.

Grafisch
Een ontwerp vertelt ook een verhaal. Een Logo vertelt het verhaal van een organisatie.Ook bij een logo denk je na over hoe je het verhaal gaat vertelllen. Wat vertel je wel en wat niet? Wanneer blijft het verhaal hangen? Snapt de ontvanger het? Vertel het verhaal (affiche) in stappen. Wat is het belangrijkst? Wat daarna en wat daarna.